15 mei 2006

Flex!

Wij leven in een tijd van flexibelheid. In Frankrijk gingen jongeren nog de straat op om te protesteren tegen het opheffen van hun ontslagbescherming, in Nederland zijn tijdelijke contracten volkomen normaal. De universiteiten lopen hierbij voorop: behalve tijdelijke promotieplaatsen zijn er ook tijdelijke postdoc-plaatsen, tijdelijke banen als docent - zelfs sommige hoogleraren worden maar voor een paar jaar aangesteld. Van alle AiO's krijgt uiteindelijk 2% een vaste baan aan de uni.

Levenlang leren, jobhoppen, nu nog niet weten of ik eind juni nog een baan heb; het is allemaal goed voor de banenmarkt en dus, op de lange termijn, ook voor mij. De economie wil het zo, dus starters hebben zich maar te schikken.

Omdat het zo goed is voor de economie, heeft de overheid jarenlang gewerkt om deze situatie te creeëren: Flexwetje erbij, ontslagbescherminkje eraf. Allemaal best.

Maar waarom flext de overheid de rest van de samenleving dan niet mee? Waarom nog steeds royaal het kopen van huizen subsidiëren? Alsof een starter nu al weet of hij over twee jaar nog een baan in Nederland heeft? Waarom vergoedt de overheid de reiskosten van haar tijdelijke ambtenaren amper, als zij niet genoeg zekerheid krijgen om dichter bij hun werk te gaan wonen? Waarom kunnen mensen die tijdens periodes tussen twee vaste aanstellingen freelancen niet doorgaan met pensioenopbouwen als ze dat willen?

En waarom krijgen juist de lui bovenaan de pyramide, die het meest profiteren van al dat geflex, de bestuurders, de topambtenaren, niet ook gewoon tijdelijke contracten?