07 april 2005

Phuket

Gisteren was het honderd dagen geleden dat er een tsunami over half Azië denderde. Phuket, het Thaise schiereiland waar ik deze dagen verblijf, heeft er al weer wat herdenkingsdiensten opzitten. Het plaatselijke vodje kopte vrolijk dat 'De toeristenindustrie een dapper gezicht laat zien'. De aardbeving van vorige week liet immers zien dat de noodvoorzieningen voor een nieuwe tsunami op orde zijn? En over de bomaanslagen van zondag maakt niemand zich zorgen, vertelde een uitbater van een duikwinkel mij. Dat is immers veel verder naar het Zuiden?

Ik ben wat cynischer. Er zijn weliswaar al twintig jaar problemen in het Zuiden van Thailand, maar nu werden voor het eerst toeristendoelen opgeblazen. Nu Thailand zich langzaam warmloopt voor het altijd chaotische Songkraan (Thais Nieuwjaar), wordt het risico op nieuwe aanslagen alleen maar groter.

En toeristen zijn schuwe beestjes. De meeste mensen gaan niet op vakantie omdat ze lekker avontuurlijk het risico willen lopen uit elkaar geknald te worden vanwege een politiek probleem waar ze niets mee te maken hebben. De aardbeving van vorige week heeft al een merkbare dip in de toeristencijfers tot gevolg - café's zijn leeg, duikboten dobberen aan de pier, een eenzame toerist winkelt tussen marktkraampjes. Het internethol waar ik dit stukje tik is te koop.

Zou het niet mooi zijn als Thailand van de nood een deugd wist te maken? Een tijdelijke terugval in de toeristenindustrie zou voor grote stukken van Phuket nog niet eens zo slecht zijn. Zoals veel hotels van de rust gebruik maken om eindelijk de verbouwing te doen die ze gepland hadden, zo kan ook de hele toeristenindustrie op de schop. Minder neonlicht, minder kannibalisme (bij Patong Beach zitten tien vijfsterrenduikscholen op één straat). Minder afval op de stranden, minder overbelasting van de beste duikspots, en minder taxichauffeurs die je drugs proberen te verkopen terwijl er een politie-agent om de hoek staat. Zomaar een paar suggesties die bij mij opkomen - niemand hoeft het er mee eens te zijn.

Nu is de tijd voor Phuket om na te denken over wat voor toeristenbestemming het eigenlijk wil zijn, en wat het wil doen om daar te komen. Net zoals de tsunami wegging, zullen de toeristen terugkomen - hopelijk ligt er dan iets moois op ze te wachten.

(een ingekorte versie van dit stuk gaat naar de Phuket Gazette)

10 april 2007

KUT-a

Iknik mailde dit stukje in vanaf zijn vakantie-adres. Het Balinese Kuta beach lijkt op Phuket, maak ik eruit op.

Zonverbrande veertigers in karaokebars. Groepjes stoere surfdudes die nonchalant met hun wasbordjeslopen te pronken. Lelijke vrouwen met tribal tattoosin veel te kleine bikini's die met een chagrijnige kutkop door de winkelstraten lopen. Kuta Beach is de hel.

In elk dorp en elke stad in Indonesië struikel je over de warungs, kleine eetstalletjes waar je voor een euro een heerlijke Indonesische maaltijd kunt krijgen. In Kuta moet je ze zoeken, omdat de blanken liever bij de Pizzahut, het HardRock Café of de 24-uurs McDonalds eten. Waarna ze het op een zuipen zetten, natuurlijk,want Kuta is een eeuwigdurende spring break.

Nee, deze invasie van barbaren is niet bepaald een reden voor blanke trots.Je zou er bijna een uitgesproken mening op gaan nahouden over de gebeurtenissen van een paar jaar geleden, ware het niet dat ik bepaalde woorden liever niet gebruik in een mailtje dat vanaf Kuta wordt verstuurd. Je weet nooit wie er meeleest.

Kuta Beach is wat er met een paradijs gebeurt als je mensen er hun gang mee laat gaan. Misschien ging hetGod niet eens zozeer om die ene appel toen hij Adam en Eva het Hof van Eden uit zette, maar zag hij de bui al hangen. Gelijk had 'ie.