04 augustus 2006

Meeuwen

Ik heb mij altijd met hand en tand tegen de term verzet, maar als je krant als belangrijkste nieuws op de voorpagina zet dat het vandaag tien jaar geleden is dat Nederland Olympisch kampioen volleybal werd, is het toch wel echt komkommertijd.

Een goed moment, dus, om eens te kankeren op de plaag die mijn toekomstige woonplaats teistert. Meeuwen. Leiden was ooit de uitvalsbasis van Niko Tinbergen, die een Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek naar het gedrag van de kutbeesten. Het kan niet anders of het academiestadje gaat nieuwe ethologische hoogtes bereiken - aan een gebrek aan meeuwen ligt het in elk geval niet.

Enkele duizenden van die dieren cirkelen boven de stad. Ze maken herrie, ze schijten de boel onder, ze vallen soms mensen aan, ze rukken vuilniszakken open en verspreiden de inhoud over de straat, en je mag ze niet eens vergiftigen want ze zijn beschermd.

'Beschermd' betekent niet per se dat het slecht gaat met een soort: alle beesten waar je niet zomaar op mag schieten zijn beschermd. Op welke dieren mag je wel schieten? Kraaien, houtduiven, ratten - beesten die slecht zijn voor de landbouw. Beesten die slecht zijn voor het stadsleven zijn blijkbaar minder erg.

De gemeente Leiden kleutert vanwege de beschermdheid een beetje aan met nestverplaatsingen, maar echt opschieten doet het allemaal niet. Balkenende had gelijk: de maatschappij, dat zijn wij. Waar de overheid faalt, moet de burger actie ondernemen. Gebruik auto's, gebruik gif , neem een kat, een luchtbuks of een roofvogel, doe iets!

Wie een nog slimmere manier weet om van de vliegende ratten af te komen, verdient wat mij betreft een Nobelprijs.

05 februari 2007

Bioblog: Stadsnatuur

Lamme tak Iknik heeft geen column geschreven vandaag, vandaar dat mijn bio-blog voor morgen vast online gaat.

Mensen zijn eerder geneigd om de natuur te beschermen als ze zelf positieve ervaringen met beesten of planten hebben. Daar heb je als natuurbeschermer meteen een probleem, want de meeste mensen wonen in de stad.

De meeste beesten die je in de stad tegenkomt, zijn helemaam niet zo positief. Het zijn honden, meeuwen, duiven, ratten, kakkerlakken en andere plagen. De Pigeon Paradox, heet dat in een recent artikel in Conservation Biology.

Volgens de auteurs valt er veel meer te behalen met het verbeteren van de stadsnatuur dan met het beschermen van obscure oerwoudjes. De stadsjungle zou namelijk de kraamkamer voor toekomstige natuurbeschermers kunnen zijn. 'Beter één stadsvogel in de hand dan duizend op Discovery Channel', schrijven ze.

De kerkuilen, wezeltjes, vleermuizen, parkieten en hagedissen die ik in Utrecht tegenkwam, maakten de stad er inderdaad leuker en bijzonderder op, dus ik ben vóór. Met het pleidooi voor het uitzetten van dieren in de stad heb ik minder op, gezien de ervaringen daarmee in de natuur.

Maar als het dan tòch moet, doe dan beesten die de Pigeon Paradox oplossen door de pigeons weg te treiteren. Leiden, mijn nieuwe woonplaats, zou er enorm op vooruit gaan als al die kutmeeuwen ophielden te bestaan. Ik heb mijn favoriete dier om uit te zetten al gevonden: eieretende slangen die onze daken schoonhouden.