02 december 2005

Gezellig met de trein

Met de trein reizen is reuze gezellig! Vorige maand had ik het nog over het onbeschofte NS-personeel, vandaag aandacht voor de treinreizende medemens. Treinreizigers zijn namelijk gezelligheidsmensen, die de knusheid en intermenselijkheid van het openbaar vervoer prefereren boven de kille privacy van het alleen in de file staan. Je ziet dan ook dat er vaak extra rekening wordt gehouden met de andere mensen in de coupé. Hierbij een top 5 van meevoelende meereizigers:

5. Mr Soundblaster. Offert geheel belangeloos zijn eigen gehoor op, zodat de rest van de trein mee kan genieten van de muziek in zijn I-pod. Als u wel eens vertwijfeld om u heen heeft gekeken hoe het toch kon dat u de R&B woordelijk kon verstaan zonder dat er geluid uit de NS-speakers kwam, heeft u bij hem in de trein gezeten.

4. Burger King Man. Heeft niet genoeg geld om iedereen in de trein mee te laten eten van zijn maaltijd, maar compenseert daarvoor door eten uit te zoeken dat de hele coupé blauw zet. Wie een sigaretje opsteekt in de trein wordt met Rottweilers het weiland ingejaagd, maar het verspreiden van zoetige vetwalmen is een daad van menslievendheid. Is qua mentaliteit nauw verwant aan:

3. Meneer en mevrouw Geur. Deze mensen zijn zich er prima van bewust dat mensen die zich nooit wassen een onfrisse body odour verspreiden. Daarom gaan ze elke maand een keer in bad, of ze dat zelf nu nodig vinden of niet.

2. Mevrouw Ik hoor je niet zo goed want ik zit nu in de trein. In de trein ja. Ja. Ja, mijn auto is nog steeds stuk, en nu moet ik met de trein. De boemel ja. JE MOET EVEN WAT HARDER PRATEN, IK HOOR JE SLECHT. Nee.? Laat de medereizigers graag wat meer over zich weten, en geeft zich vaak helemaal bloot. Neemt ook nog de telefoonkosten voor lief, én levert het wetenschappelijke bewijs dat een trein geen kooi van Faraday is.

1. Meneer Daklozenproject. Boze tongen beweren dat het hier gaat om bedelende junkies, maar in werkelijkheid bieden deze mensen u de kans om een warm gevoel te krijgen zonder dat u er voor hoeft om te lopen. Vraagt treinreizigers beleefd of ze iets kunnen missen voor eten van daklozen, en brengt daarmee het junkenprobleem dichter bij mensen die daar natuurlijk op zaten te wachten toen ze de trein in stapten.

11 januari 2007

Volle trein

U staat op het perron te wachten op uw trein. De andere lijn is uitgevallen, dus het is druk op het perron. Honderden mensen willen zo de trein in. Met de gebruikelijke vertraging komt hij binnen. U ziet in één oogopslag: dat past niet.

Wat doet u?

1) U steekt nog een peukje op, en begint met een praatje over hoe hard treinreizen zuigt. Geen reden om je zelf kapot te laten drukken: wie met de trein forenst, heeft immers altijd een geloofwaardig excuus om te laat op zijn werk te komen.

2) U weet dat de wereld vergaat als u wat later op uw werk komt, en schikt kalm in. Met het OV kun je maar twaalf keer per uur van Voorburg naar Den Haag, dus wachten kan niet. Dat is kut, maar dat is het voor uw medereizigers ook. U doet dus uw best om het voor iedereen zo draaglijk mogelijk te maken.

3) U begint te vechten en probeert de deuren te forceren.
Het is namelijk wel twaalf minuten reizen! En nogmaals, net als iedereen in de trein moèt u per sé op tijd op uw werk zijn, want het is volkomen ondenkbaar dat ook maar één van u de gemiste tijd een andere keer in kan halen.

4) U wist dat de andere trein niet reed, had op de drukte gerekend en bent dus niet op het perron, omdat u de file heeft genomen.

Wie regelmatig met de trein reist, weet dat treinreizigers in de regel a-socialen zijn, met een slechte muzieksmaak. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er maar zo zelden iemand op de bek wordt gemept. Maar vechten omdat de trein vol is? Met elkaar, terwijl het de schuld is van de NS? Eigenlijk hadden ze voor straf allemaal moeten lopen door de regen, gisteren. Maar ja, dan waren ze te laat gekomen op hun werk.

28 september 2005

Trein

De NS heeft liever niet dat mensen met de trein reizen. Reizigers zorgen voor volle vuilnisbakken op de perrons, lange rijen bij de loketten en overspannen conducteurs. Daarom is het zaak de reizigers zo hard mogelijk te pesten, iets waar ze bij het nationale spoorwegbedrijf goed in beginnen te worden.

Het plan om reizigers in de Randstad meer te laten betalen dan mensen elders in het land is helaas afgeschoten, maar volgend jaar gaan de blauwgelen het opnieuw proberen. Want omdat de wegen in de grote steden potdicht zitten, kiezen een heleboel mensen voor de trein. Door de Randstedelingen te straffen met een sterkere prijsverhoging –en zo indirect de mensen in Drenthe te belonen voor het feit dat ze bijna allemaal de auto pakken - hoopt de NS ze uiteindelijk weer de weg op te krijgen.

En als mensen die zonder kaartje de trein in stappen te goeder trouw op zoek gaan naar de conducteur om een vervoersbewijs te kopen, krijgen ze voortaan meteen een boete. Ze worden behandeld als criminelen, en het levert de NS geld op; het mes snijdt aan twee kanten. Het plaatsen van een kaartjesautomaat in elke trein daarentegen kost geld, en mensen gaan zich alleen maar welkom voelen.

En natuurlijk wordt de prijs zo vaak mogelijk verhoogd. Op 1 januari 2006 betaalt de reiziger ruim 15 procent meer voor een kaartje dan drie jaar eerder. Zodat de trein duurder blijft dan de auto, en zodat reizigers die kunnen kiezen geen gebruik zullen maken van de NS. En wie weet kan Aad Veenman, de baas van de spoorwegen, wel een kleine opslag voor zichzelf regelen.

Het doel van dit alles? Simpel: door iedereen die keuzes heeft weg te pesten, hou je alleen die reizigers over die niet anders kunnen dan met de trein reizen. Als je dat punt hebt bereikt, kun je doen wat je wilt. Zeker als je een door de Staat gesteunde monopolist bent die zich zelfs van de NMa niets hoeft aan te trekken. Torenhoge winsten liggen in het verschiet voor de lelijkste economische constructie die dit land ooit heeft gekend.

16 april 2007

Gastcolumn: Van geel naar bruin

Half april: de eerste zomers dag. Het is een record! Gisteren in de trein het Groene Hart ingereden. Voor wie het niet kent, denk aan een polder die volstaat met kassen en/of koeien.

Op het station was het weer goed, na tien minuten krant keek ik dan toch maar eens naar dit geweldige groene landschap. Het bleek mistig te zijn. Op de eerste zomerse dag van het jaar zag ik alleen maar mist in dit mooie stukje Nederland.

Eén stukje bleek mooi en nevelvrij te zijn: het open raam. De trein bleek nogal bruin te zijn van de smurrie en de droogte van de afgelopen tijd...

De NS klaagt over de asociale reizigers. Tja, mensen worden sacherijnig als ze niet naar buiten kunnen kijken en de trein van binnen stinkt en kleeft. Asociale reizigers maken de treinen vies en daardoor wordt iedereen dan weer sacherijnig.

Ik ben zo’n asociale reiziger, laatstens viel een blikje cola van mij om, cola op de grond, en als grote aso die ik ben, heb ik niet meteen mijn jas uitgetrokken om die als schoonmaakdoekje te laten fungeren. De restauratiewagen met servetten bestaat niet en zodoende vormde er zich een lange streep cola die een paar meter door de wagon liep.

De cola zal door stof en andere zooi zo’n zwarte streep geworden zijn die je wel vaker in treinen ziet. Kennelijk ben ik niet de enige wiens blikje omvalt. Nu kun je het nuttigen van voedingswaren in treinen verbieden en op de perrons speciale eetpalen neerzetten waar mensen in de buurt mogen gaan eten en drinken.

Je kan er ook voor zorgen dat de wagons goede schokbrekers krijgen en de treinstellen net iets vaker schoonmaken. De NS zal waarschijnlijk binnenkort voor de eerste optie kiezen.

Kevin

12 juni 2007

Zo tevreden?

Dat is nog eens aardig: als de klanten van de NS tevreden genoeg zijn, krijgen alle conducteurs aan het eind van het jaar 250 euro bonus.

Dat kost natuurlijk wat moeite: als je ’s ochtends op een winderig perron staat te wachten op een trein die weer eens vertraagd is, ben je niet in je beste humeur. Als je dan bedenkt wat een treinkaartje kost en dat de NS ook nog gemeenschapsgeld mag beuren, wordt dat er niet beter op.

En zo sta je daar te wachten op je vertraagde trein, in de hoop dat je toch nog op tijd op je werk komt. Goede kans van wel, want de trein is zo vaak vertraagd dat je een half uur eerder opstaat om speling te hebben.

Met dat werk verdien je overigens je brood, en misschien heb je het al zo goed voor elkaar dat je 50 mille per jaar verdient. In dat geval ben je wellicht toch niet zó chagrijnig.

Totdat je bedenkt dat meneer Veenman, opperhoofd van de spoorwegen, dat in 2006 per maand verdiende. Inderdaad, pauper, van jouw belastingcenten. Én van het geld dat jij voor je kaartje hebt betaald. Daar gaat je goede humeur.

Dan zit je dus met een dilemma: het probleem bij de NS wordt natuurlijk niet primair veroorzaakt door de conducteurs, maar door maatschappelijke tumorcellen zoals Veenman, zoals je die alleen bij semi-overheidsinstellingen vindt. Wel het salaris van een topman, maar niet de consequenties als het slecht gaat. De baas mogen spelen in de wetenschap dat je kop niet zal rollen.

Als de NS je ooit vraagt of je tevreden bent en je zegt ja, dan krijgen de conducteurs hun 250 euro bonus. Dat is ze op zich best gegund. Maar als de klanttevredenheid toeneemt, kan Veenman daar natuurlijk mooi mee pronken. En dat verdient ie niet.

De oplossing is: meer corruptie. Koop kaartjes voor de helft van de reisafstand, en geef de conducteurs de rest van het geld. Dan kunnen we blijven zeggen dat we ontevreden zijn, krijgt Veenman kritiek omdat de winst is gedaald en hebben de kaartjesknippers hun extraatje. Gerechtigheid.

27 juli 2005

Pesten

Afgelopen weekend zat ik in de trein. Omdat de OV-jaarkaart tussen 16 juli en 16 augustus geen recht geeft op gratis reizen maar wel op korting, had ik een kaartje met reductie gekocht. Net als een andere reiziger, die een paar stoelen verderop zat.

Toen de conducteur langskwam, gaf de reiziger hem het kaartje, en ging hij vervolgens op zoek naar zijn OV-kaart. Tot zijn schrik ontdekte hij dat hij die vergeten was. Dat betekende fors bijbetalen (Nederland is zo’n beetje het enige land waar een kaartje kopen in de trein idioot veel duurder is dan bij de automaat of aan het loket; de NS verdient waarschijnlijk een leuk centje bij dankzij nietsvermoedende buitenlandse toeristen die met de trein reizen) maar hij had niet genoeg geld op zak.

De conducteur vroeg de arme reiziger vervolgens om zijn identiteitsbewijs, maar helaas: ook dat had hij niet bij zich. Het gevolg: een dubbele boete. Het kan natuurlijk dat de reiziger een adres opgaf dat helemaal het zijne niet was, en in dat geval zou gerechtigheid alsnog geschied zijn. Ik had echter de indruk dat het hier ging om een gezagsgetrouwe burger die van zijn ouders had geleerd dat liegen stout is, en dat de boete binnenkort bij hem op de mat valt.

Afgelopen halfjaar zijn er 34.000 boetes uitgedeeld aan mensen die geen identiteitsbewijs bij zich hadden, ongetwijfeld vooral aan fietsers zonder licht en mensen die door rood liepen. Als het opmaken van proces-verbaal gemiddeld vijf minuten duurt, zijn daar meer dan 2.800 manuren in gaan zitten. Dat is een agent met een 40-urige werkweek die 16 maanden lang niets anders doet dan bonnen schrijven voor mensen zonder identiteitsbewijs.

Of deze pesterij ook nog nut heeft, weten we over drie jaar. De identificatieplicht wordt namelijk pas geëvalueerd in 2008, als de regering Balkenende niet meer bestaat. Ik durf de uitkomst te voorspellen: de identificatieplicht heeft weinig tot geen nut, en de nieuwe regering, die tot 2012 toch wel bezig zal zijn met het opruimen van de troep die Balkenende en consorten hebben achtergelaten, haalt een streep door de onnodige en irritante ID-plicht.

18 maart 2008

Nee, ik zit in de TREIN. In de Stiltecoupé, dan heb je niet zo'n last van andere bellers!

Leuterend in haar mobieltje kwam ze de stiltecoupé binnen. Tevreden ging ze zitten naast mij alhoewel haar dikke reet eigenlijk te groot was voor een eenpersoonsplek. Eenmaal gezeten veranderde ze van toon: een gewende zware versnelling in haar stem, die suggereerde dat ze gewend was aan urenlange telefoongesprekken, en er ook nu zo een ging voeren.

‘Mevrouw, dit is een stiltecoupé. U mag hier niet bellen.’
‘Nou en?’
‘Ik heb last van u’
‘Da’s dan vette pech’

Nonchalant greep ik haar hoofddoekje en plantte ik mijn knie in haar mond. Haar tanden en telefoon kletterden op de grond. Onder luid applaus van mijn medereizigers stampte ik het mobieltje aan barrels.

Ach, beste lezer, was dat maar waar! Ik ben een net opgevoed mens, en van medepassagiers hoef je in de trein nooit iets te verwachten. Ik ging een conducteur zoeken, maar de NS investeert liever in spionagesoftware dan in personeel.

Kokend van woede besloot ik de mevrouw op te wachten en alsnog een rotschop te geven, maar ik heb haar niet meer gezien.

Nu kan ik natuurlijk net als de buren fulmineren over de teloorgang van normen en waarden, maar dat lost niets op. Hoe ga je met dit soort a-socialen om?

Pas later schoot het me te binnen. Je moet er een foto van maken. Er zijn dan drie mogelijkheden.

1) De beller protesteert. Dat is dan ùw kans om ‘Vette Pech’ te zeggen.
2) De beller wordt agressief. Alsnog dat knietje in het gezicht!
3) De beller blijft ongegeneerd doorbellen. Mail de foto naar ons, dan plaatsen wij hem online.

Mensen die de foto herkennen, kunnen dan het telefoonnummer van de beller geven. Iemand die zo dol is op telefoongesprekken, zal het vast niet erg vinden als u ze nog even terugbelt.

In theorie kan zo een grote fotodatabank van telefoononverlaten ontstaan. Beter dan niets. Maar, dat geef ik onmiddellijk toe, niet zo bevredigend als een knietje in iemand gezicht. Mocht u daar de voorkeur aan geven: mijn zegen heeft u.

25 juni 2007

Domste. Reclame. Ooit.

Stel je voor dat Hummer haar auto's probeerde te slijten met de slogan dat je er zo goed kindertjes mee kunt doodrijden. McDonalds die opschept dat je zo snel dik wordt van een supersize menu.

Zo'n reclame heeft de NS nu: bewegen met de trein. De allergrootste tekortkoming van reizen met de trein is dat hij van ergens waar je niet bent rijdt naar ergens waar je niet wil zijn. Naast het treinreizen is de gemiddelde NS-forens nog eens gemiddeld 38 minuten per dag kwijt aan het reizen van en naar het station, jubelt het bijbehorende persbericht.


Ja, wrijf het nog eens in, Joost Ravoo. Ik ben zo'n stomme autoloze pauper, die door weer en wind naar jullie verschrikkelijke stations moet fietsen om daar te wachten op de altijd vertraagde stink-coupé's vol vechtende aso's en denderende Ipods, maar het is wèl goed voor mijn lijn.

De poster is op zich wel geslaagde reclame omdat hij mij ertoe heeft aangezet om actie te ondernemen. Ik ga zodra ik weer tijd heb beginnen aan rijlessen. Dan hou ik tijd over om te bewegen op een manier die ìk, en niet de NS, leuk vind.

26 februari 2006

Ingenieurs in de zaal?

Ik ben terug van vakantie! Allereerst natuurlijk grote kudos voor Kevin, die eigenhandig dit blog draaiende heeft gehouden. Ten tweede dank aan alle bezoekers die langs zijn gekomen om zijn stukjes te lezen: we gaan er gewoon weer hard tegenaan de komende weken, en hopen oprecht dat onze vakantie ons geen strafpunten oplevert voor onze deelname aan de Battle of the Blogs.

Ten derde wil ik graag even kankeren. Niet alleen bussen en treinen zijn kut, vliegtuigen zijn zo mogelijk nog kutter. Of liever gezegd: vliegvelden zijn kutter. Ik ging vanmorgen om negen uur 's morgens de deur uit bij mijn logeeradres in London, en ik kwam om half zes 's avonds aan in Utrecht. Minus een uur tijdsverschil kom ik dan op zeven en een half uur reistijd. Als er een tunnel was geweest (en ik een rijbewijs had gehad), had ik het in de helft van die tijd kunnen rijden.

Dat vliegen zelf is het probleem niet, het is al dat geëikel eromheen. Inchecken, bagage dumpen, security, paspoort laten zien bij de gate, verplicht een half uurtje vervelen, nog een security-poortje door, paspoort nog een keer laten zien, boarding pas laten zien in het vliegtuig, vertraginkje. Vlucht van veertig minuten. In de rij voor de paspoortcontrole, dertig minuten wachten op je bagage, douane, trein naar Duivendrecht net vertrokken. Als ik met de trein naar Duitsland ga hoef ik alleen maar een kaartje te kopen en kan ik zo instappen - wat is er zo bijzonder aan vliegtuigen dat ik een drievoud van mijn reistijd in rijen sta of mij loop te ergeren?

Vliegtuigen zijn bovendien hartstikke slecht voor het milieu. Zeker voor dit soort korte vluchten gebruiken ze twee keer zoveel brandstof per passagier als auto's. Het is daarom tijd voor een ambitieus plan: een tweede kanaaltunnel, van Zandvoort hup in één keer naar Londen. Iedereen is sneller waar hij wezen moet, en dat komt weer ten goede aan de economie. Het is beter voor het milieu, en omdat het een absolute recordhouder op tunnelgebied zal zijn, zullen er nog toeristen op afkomen ook. Kost een paar miljard, maar dan heb je ook wat - iets dat je van JSF's moeilijk kunt zeggen.

Zijn er ingenieurs onder onze bezoekers die uit kunnen leggen of dit project technisch haalbaar is? Is er een onoverkomelijke reden dat dit wereldwonder er niet kan komen? Zo nee, dan ben ik bereid om mijn eerste bijdrage te leveren: geheel kosteloos zal het project de naam Bart-Tunnel mogen dragen.

20 februari 2006

Wil ik nette straatjes?

Vroeger was alles beter. Vroeger waren politici eerlijker. Vroeger was een biertje goedkoper. Vroeger ja vroeger.

Vandaag moest ik ook aan vroeger denken, echter was het deze keer niet zo'n mooi vroeger. Als ik terug denk aan de jaren 80, in tijden wanneer mijn leeftijd nog met één cijfer aan te duiden was, denk ik aan veel mooie dingen zoals feestjes en andere leuke dingen. Echter was het een rottijd. Er was veel werkeloosheid (meer dan tegenwoordig) en veel armoede, maar vooral: het zag er in Nederland aanzienlijk anders uit dan tegenwoordig.

Films die Nederland laten zien, laten altijd de ideale tijd van de jaren vijftig zien. Nette straatjes, iedereen een duidelijk uniformpje aan en iedereeen zegt gedag. De jaren tachtig zie je niet zo vaak in films van tegenwoordig. Jaren-80 films zelf laten echter vaak een ellendig beeld zien, maar wel een realistische.

Want hoe zag het er destijds uit? Asfalt was in, de straten (ook de binnenstad van Utrecht) waren veelal bekleed met asfalt. Hondenpoep was veel meer een issue dan tegenwoordig, het lag er letterlijk vol mee. Overal zag je graffiti en ten slotte: er was veel meer vandalisme.

Terwijl we het tegenwoordig meestal over voetbalvandalen hebben of andere groepen van aanwijsbaar 'tuig' die dingen slopen, is het anonieme vandalisme veelal verdwenen. Af en toe een scratch in een treinruit, hier en daar eens een tag in de stad; het is er nog wel, maar vergeleken met het mooie vroeger is het marginaal....

Vandaag stond ik te wachten in de resten van een bushokje. Alleen het metalen frame stond er nog, al het glas was verdwenen net zoals het reclameblok. Typisch iets wat je in de jaren 80 (in de stad) vaak zag...

Mijn punt? We zeuren veel dat het slecht gaat, Nederland is een walgelijk perfecte en nette staat geworden. Om hangjongeren te weren hebben we buurthuizen en opvangplekken gebouwd, we smeren graffitiwerende lagen op onze huizen en een trein die besmeurd wordt, wordt nog dezelfde avond schoongemaakt.

Een Australiër die ik afgelopen weekend sprak: Nederland was in mijn ogen altijd het rebelse land waar alles kon en mocht, ik had dus wel verwacht dat het een beetje een (gepast) zooitje zou zijn. Ik kwam uit Rome, daar was herrie, zooi en alles liep door elkaar, ik kwam aan in Nederland, stapte in een trein die op tijd vertrok (wij zeuren al over 15 minuten vertraging, maar dat wordt in het buitenland meestal als geen vertraging beschouwd) en kwam aan in Utrecht. Ik zag alleen maar rechtgesnoeide gezonnetjes, auto's die geen herrie maakten en schuwe mensen die snel hun perfecte schone huisjes invluchtten...

Vroeger was alles beter, maar misschien ook niet, het is maar waar je naar kijkt. Kennelijk vinden we de nette jaren 50 straatjes ideaal, want dat zegt de tv en de tv heeft altijd gelijk... Onze straatjes zijn nu ook netjes: dus ideaal!

Al het glas en alle gebroken stukken van het bushokje waren trouwens al netjes door de reinigingsdienst verwijderd....

15 februari 2006

Spelen

Maandag kwam ik om vijf over acht aan op Utrecht Centraal. Normaal gesproken haal ik mijn trein (8:07) dan nèt, als ik flink doorsprint. Dat kon maandag niet, want de NS heeft een hindernisbaan gebouwd op het station. Een waar Heineken House is aangelegd in de hal, en het slalommen tussen de bankjes en aan het grote scherm vastgelijmde daklozen kostte me precies die ene minuut teveel. Allemaal de schuld van de Olympische Winterspelen.

In tegenstelling tot de Utrecht Centraal slalom zijn de Winterspelen zo’n beetje het meest overschatte sportevenement op deze planeet. Schaatsers krabbelen twee aan twee de baan over, skiërs zoeven om de beurt de berg af. De ene echte kijksport is het ijshockey, waar alle ècht goede sporters zorgvuldig van de Spelen worden geweerd.

Terwijl ik moordzuchtig een half uur lang wachtte op de volgende trein, schoten mij de Winterspelen Nieuwe Stijl door het hoofd. Schaatsers die met zijn twintigen gelijk over een bevroren meer worden gejaagd, terwijl ze wanhopig de landmijnen moeten zien te ontwijken. Biathlon in twee teams tegen elkaar – desnoods met paintballguns. Naakt snowboarden, een nieuwe kruising tussen kunstschaatsen en karate, en bobslee-wedstrijden met twee banen, waarin het doel is om bij de botsing met het andere team zoveel mogelijk schade aan te richten.

Ook dit jaar komt het er niet van, mede omdat Nederland volzit met mensen die – blijkbaar ten gevolge van een erfelijk hersendefect – in staat zijn om twintig saaie schaatswedstrijden na elkaar aan te zien. Maar waarom ze dat op Utrecht Centraal moeten doen blijft mij een raadsel.

11 februari 2005

Luchtbal

Onlangs moest ik beroepshalve in Vlaanderen zijn. Tussen Rotterdam en Antwerpen, twee enorme havensteden met honderdduizenden inwoners, rijdt twee keer per uur een trein, even vaak als tussen Zutphen en Zwolle. Ik zat
in zo'n trein. Mijmerend over de geneugten van een rijbewijs keek in naar buiten terwijl de tram afremde. We waren al in Antwerpen, zo bleek: ik zag een bordje met 'Antwerpen Luchtbal'.


Luchtbal!

Fantastisch! Voor mijn geestesoog zag ik hoge gebouwen met vloeiende rondingen, meterslange hangplanten die van balkons naar beneden hingen. Twee zwaluwen in een erotische balts-choreochrafie die duikelden, samen opstegen en met een sierlijke bocht een trapeze ontweken. Tussen de witte, futuristische gebouwen hingen namelijk overal trapezes, zodat verliefde stellen van hun wolkenkrabber naar het dakterras van hun lief konden zwieren.

En ik moest denken aan wijken in Bladel en Rotterdam, waar starters zelf een kaveltje kunnen kopen, zelf een architect kunnen zoeken die zonder bemoeienis van stedebouwkundige commissie samen met hun een ontwerp maakt, en zo meer dan voor lange tijd mogelijk was in dit truttige Nederland écht in hun droomhuis konden gaan starten. (link)

Wat was nu gebleken? Deze droomkans, deze uitgelezen mogelijkheid om Nederland te verlossen van droeve blokkendozerij en grauwe Vinex-schimmelranden rond te steden, laten mensen liggen. Ze kunnen alles hebben, en ze kiezen voor degelijk, neutraal, vertrouwd. Saai, dus. Had ik een startkapitaal, dan verhuisde ik naar zo'n doe-het-zelfwijk en ontwierp ik mijn eigen
Luchtbal. Een plek voor durf, liefde, fantasie en het bewijs dat moderne architectuur wel degelijk mooi kan zijn. Dat soort plekken zijn er jammer genoeg maar weinig hier te lande.

Terwijl ik dit overwoog en mij afvroeg hoe ik aan een starterskapitaal kon komen zonder ervoor te werken, stond ik op om een beter beeld te krijgen van Luchtbal. Mijn geestesoog had het mis: het is een foeilelijk industrieterrein.



P.S. Wie wat meer geduld op kan brengen voor de Vinex-architectuur: goed nieuws! Binnenkort gaat een klein reisbureautje van start met het aanbieden van stadswandelingen door Vinex-wijken, inclusief uitleg over architectuur, geschiedenis en toekomst van de wijk. Hun website is nu nog under construction (snapt u de grap? Hij is niet van mij, oké?), maar wij zullen te zijner tijd meer hierover berichten.

26 maart 2007

R.I.P.

Ondanks het feit dat haar man fout was in de oorlog, heeft wijlen de weduwe Rost van Tonningen meer dan zestig jaar een weduwenpensioen gekregen van de Nederlandse overheid. Niet zo heel raar, want het was diezelfde overheid die meneer Rost van Tonningen een kogel door de kop had gejaagd.

Niet verwonderlijk dus, dat de Zwarte Weduwe niet veel ophad met de na-oorlogse politiek in Nederland. Ze is altijd extreem-rechts gebleven, en was ooit van plan om mijn geboortedorp op te sieren met een ‘museum ter ware nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog.’ Want nu horen we uitsluitend de propaganda van de overwinnaars, begrijpt u.

In Velp vertelden sommige ouders hun kinderen dat Rost van Tonningen ze zou komen halen als ze nu niet stil werden. Puberjongens fietsten langs haar huis om strijkers naar haar ganzen te gooien. Op straat of in de supermarkt heb ik haar nooit gezien, en ik vraag me ook af of ze zich daar had kunnen vertonen.

Behalve door de vermeende morele superioriteit van de Velpenaren, werden haar laatste jaren ook ontsierd door een bejaardentehuis dat haar weigerde op te nemen terwijl ze zorg nodig had, en hijgerige journalisten die het oudje voor hun karretje spanden. Haar huis was een nest voor extreem-rechts volk - maar ik vraag me af of ze zonder die gasten wel veilig was geweest voor antifascisten, per slot van rekening niet te beroerd voor levensgevaarlijke brandstichting.

Natuurlijk: dat mens was zo fout als de neten. En ja, een voortvarender Nederland had haar al in de jaren zestig een keer door een AIVD’er onder de trein laten duwen. Maar laat ons niet dansen op haar graf. Laat ons herinneren dat het zelfvoldane gezicht van de overwinnaar net zo lelijk kan zijn als de onverdraagzaamheid van de verliezer.

15 mei 2007

De vooruitgang is stilstand

En dan nu de fileverwachting voor de komende dertig jaar:
tussen Den Helder, Duitsland en België staat file in alle richtingen. Het aantal auto's zal flink groeien, en rekeningrijden gaat daar voor geen reet tegen helpen.
Nee, natuurlijk niet.
Want de V in VROM staat dan misschien voor Verkeer, de RO staat voor Ruimtelijke Ordening. En de ruimtelijke ordening in Nederland is voor 100% gebaseerd op het gegeven dat iedereen met de auto komt. Zelfs als een Vinex-wijk al aangesloten is op het treinnetwerk, kan je vervolgens wandelen langs een stuk nieuwbouw ter grootte van Leeuwarden.
Half Nederland is onbereikbaar met het openbaar vervoer, en die andere helft doe je ook liever met de auto. De trein is vies, duur, er zit steeds meer lawaaierig en agressief tuig en steeds minder conducteurs. Geen wonder dat de Nederlander liever in de file staat.
In de uitgelekte nota staat niet wat VROM wil gaan doen aan het dichtslibben, de geluidsoverlast, de stank en de ergernis die ons allemaal te wachten staat. Ik adviseer om het rekeningrijden toch maar gewoon in te voeren. Van het geld dat het oplevert, gaan we het tegenovergestelde van de reiskostenvergoeding invoeren: de dichtbijwoonvergoeding. Dan worden de mensen die wèl aan verstandige ordening van hun ruimte doen tenminste beloond.

23 augustus 2006

Beste medereiziger,

U heeft jonge kinderen. Dat is leuk voor u, en ik hoop van ganser harte dat ze u veel levensgeluk zullen bezorgen.

U reist met de trein. Goed zo. Dat is goed voor het milieu, en alleen daarom al is het niet verkeerd om kinderen vertrouwd te maken met dit vervoermiddel.

Uw kinderen zijn het gevolg van een keuze die u hebt gemaakt. Met andere woorden: de treinreiziger die in een vrijwel lege coupé een boek zit te lezen, heeft niet voor uw kinderen gekozen. Sterker nog, het feit dat hij een open boek op zijn schoot heeft liggen, betekent waarschijnlijk dat hij aanzienlijk meer behoefte heeft aan het lezen van een boek dan aan uw kinderen.

Dat kinderen lawaai maken, en dat u daar niet altijd iets aan kunt doen, dat snapt de lezer waarschijnlijk wel. Jonge kinderen zijn nu eenmaal levendig en speels, en dat is niet erg.

Waar hij echter meer moeite mee heeft, is het feit dat u met uw kroost plaatsneemt in de stoelen naast hem. Alsof uw kinderen doorsnee reizigers zijn, in plaats van de aartsvijanden van iedereen die een boek probeert te lezen.

Uw kinderen zijn ongetwijfeld schatten. Lief, grappig, aandoenlijk, en wat dies meer zij. Maar ze maken herrie. Dat u dat niet altijd kunt voorkomen, ontslaat u niet van uw verantwoordelijkheid. Het is werkelijk helemaal nergens voor nodig om in een vrijwel lege coupé uzelf en uw lawaaifabriekjes naast een argeloze reiziger te parkeren. Sterker nog, het is helemaal nergens voor nodig om in een coupé plaats te nemen. Uw kinderen zitten waarschijnlijk net zo lief in het tussenstuk.

Als u de geërgerde blik van uw medereiziger ziet, schaamt u zich voor het lawaai dat uw kinderen maken. Dat is een foute respons: u moet zich niet schamen voor het feit dat uw kinderen nu eenmaal kinderen zijn, maar voor het feit dat u ze niet meeneemt naar een plaats waar anderen geen last van ze hebben.

En u zou dankbaar moeten zijn voor kinderkorting. Als het aan uw medereiziger lag, zou er op kinderkaartjes een forse heffing zitten.

12 mei 2006

De zon schijnt en iedereen is blij

Het is in talloze films vertoond, maar de matrix liet zo’n 6 jaar geleden er wederom een mooi shot van zien. Duizenden mensen lopen naar hun werk. Allemaal zwart gekleed en allemaal willen ze niet van hun route afwijken. Iedereen sacherijnig.

In Nederland hebben we fietsen. Ik fiets elke dag naar mijn werk. Ik woon in de binnenstad van Utrecht en werk in Zeist. Het enige wat ik doe is de Biltstraat opfietsen en alsmaar rechtdoor. Toch is er steeds weer een bepaald publiek te zien op de verschillende stukken van de route.

Eerst hebben we de studenten op klotefietsen waar stukken uitsteken en die onder invloed nog niet helemaal recht kunnen fietsen. Niet zo’n probleem, maar ze rijden ook niet normaal over de weg voor zo’n toestand en veroorzaken daarmee veel irritaties bij voornamelijk andere fietsers en auto’s die moeten uitwijken…

Tussen die studenten rijden dan huisvrouwen met kinderen die naar school gebracht moeten worden, die kinderen worden gestoken door de puntige uitsteeksels van de studentenfietsen en op die manier is iedereen weer blij.

Na de Berenkuil, slaat die hele hap studenten af en zijn de huismoeders al lang weer hun kindjes aan het troosten die gestoken zijn.
Vervolgens komt het lange rechte stuk tot Zeist. Hier zien we mensen met ligfietsen, debielen die ontsnapt zijn uit een van de talloze inrichtingen uit Zeist, maar voornamelijk mensen met normale fietsen op weg naar hun werk. Die mensen gaan vaak 8,2 cm achter je fietsen. Das namelijk fijn. Wat mij echter altijd verbaasd is dat ze boos worden als je remt en hetzelfde bij hun gaat doen…

Ga ik met de racefiets, krijg ik boze blikken omdat ik wel snel op mijn werk ben. Wat is iedereen toch blij op de fiets. Ondertussen staan de auto’s elke dag in de file op dit stuk en zit de bus vol met stinkende mensen en wijzen naar andere stinkende mensen…
Trein, auto, bus of fiets, er is altijd wel iets op aan te merken… Is de oplossing dus niet echt thuiswerken?

29 maart 2006

I CAN"T LIIIIIIIIIIIIIVVVVVEEE

Ik heb voor jullie dè gouden beleggingstip. Iedereen die een paar centen kan missen: investeren! Zet je geld nu weg, en over een paar jaar krijg je het gegarandeerd terug.
Bedrijven die gehoorapparaten maken worden over een paar jaar de grote cash-cow van de beurs.

Mij zul je niet horen zeggen dat het de schuld is van de iPod. Er zit een volumecontrole op die dingen, dus je hoeft ze niet hard te zetten. Het matige geluid van de oordopjes (hoe slechter het geluid, hoe harder mensen het willen horen) is gemakkelijk tegen te gaan met de aanschaf van een fatsoenlijke koptelefoon. Kost een fractie van wat je voor die iPod hebt betaald.

Het zit hem gewoon in de muziekluisteraars zelf. Ik gok dat het hun vorm van onbaatzuchtigheid is. Helemaal gratis mag ik in het openbaar vervoer meegenieten van Mariah Carey, 50 Cent en Marco Borsato. Woordelijk te verstaan, want dat iPod staat HARD! Voor zichzelf doen ze het niet, want het kan niet anders of het moet pijn doen aan de oren. Ze doen het voor mij, zodat ik niet geluidsloos in trein of bus hoef te zitten.
Het enige dat ik mij altijd afvraag is waarom de geluidsterroristen niet gewoon boxjes aan hun MP3-speler hangen. Ik ga geen luidsprekers voor ze kopen, in elk geval. Mijn geld zit in de gehoorapparatenindustrie.

23 maart 2006

Overdenkingen

Dit weekend komen er weer gewoon echte columns van mijn hand, ik beloof het. Voorlopig zal ik het even moeten laten bij overpeinzingen.

- Smakkende mensen in de trein. Mag je ze slaan?
Serieus, toen ik zes was hadden mijn ouders die gewoonte er echt al met harde hand uitgewerkt. Ik ben te dik, ik kan niet autorijden, ik kan niet touwtjespringen en mijn vermogen om vrouwen te bevredigen laat zeer te wensen over, maar een boterham naar binnen werken zonder daarmee een heel treinstel misselijk te maken lukt me heus wel. Wat zeg je daar nou van?

- Je bent in Frankrijk en je auto is te zwaar.
Volgens de Franse politie, dan. Vandaag was ik naar een optreden van Johny Dowd, die twee en een half uur te laat was omdat de gendarmerie zijn tourbus te zwaar beladen vonden. Stel dat het jou overkomt, wat doe je dan? Boxen achterlaten? De groupies laten liften? 'Oh nee, wacht! Ik zeul wel altijd deze gitaar mee, maar waar heb ik hem eigenlijk voor nodig?'

- Big Brother is texting you.
Als je toevallig in het centrum van Nijmegen was toen Louis Sèvéke werd neergeknald, heb je deze week een sms-bombardement van de Geldersche gendermerie. Jawel, de wouten kunnen zien waar jij was op moment X, als je op dat moment je mobieltje bij je had. Het is dat ik soms vier uur op een dag bel, anders stapte ik nù over op prepaid.

15 maart 2006

Excuus

Het leven is bar, kut en onrechtvaardig. Vandaag twee uur vastgezeten in een trein vol stinkende mensen. De schoonmaakster hier heeft mijn exemplaar van Nijntje weggegooid, zodat ik mijn belofte over meer gezeik daarover niet waar kan maken. De lentezon komt op, zodat de lucht langzaam bezwangerd raakt met de walm van kortgerokte meisjes, en mijn wanhoop en eenzaamheid nieuwe hoogten bereiken.
Vandaag dus geen column van mij. Excuses. Iknik was trouwens sowieso aan de beurt.

14 maart 2006

Next!

Twee weken geleden sprak ik in de kroeg een paniekerige redacteur van NRC-handelsblad. Hij had een tabloid-krantje bij zich, met opvallend veel witte vlakken erin, waar stukken de deadline niet hadden gehaald. Het was een nummer van nrc.next, het nieuwe ochtendkrantje dat jonger, sneller en wilder moest zijn dan het grote-mensen NRC. ‘Het kàn nog wat worden, maar dan moeten ze er wel een stuk harder aan gaan trekken’, verzuchtte hij, tussen zijn klachten over hoe slecht de jeugd van tegenwoordig spelt.
Vandaag was het zover: de Next wordt verkocht. In rood cadeaupapier lagen ze verspreid door de trein. Je zag mensen instappen, en voorzichtig de eerste bladzijde openslaan. Was het een reclamefolder? Nog een bladzijde over Next, in plaats van door de Next. Ze haalden hun schouders op en pakten snel de Metro.

Vanavond een uitgebreide analyse!